Er zijn soms van die dingen in het leven waar ik me druk om kan maken. Niet zozeer over fundamenteel belangrijke dingen, zoals of ik wel genoeg eten in huis heb of over de twijfel dat ik misschien de oven aan heb laten staan terwijl ik al een halfuur lang onderweg ben. Nee, deze praktische zeer nuttige impulsen die de meeste mensen wel hebben, gaan aan mij doorgaans totaal voorbij.
Wat mij wel op is gevallen, is iets vreemds wat door iedereen maar als normaal wordt gezien, maar dat totaal niet is. Ik heb het over fatsoensnormen.
Voordat je wegklikt: dit is geen lesje ‘ben alsjeblieft geen asociale eikel door in het openbaar vervoer zo hard te bellen dat het lijkt alsof je wil bewijzen dat je gezien je stemvolume die telefoon helemaal niet nodig hebt om met de ander te communiceren’. Of dat als iemand de deur voor je openhoudt, je op zijn minst ‘dankjewel’ kan zeggen. Of dat het redelijk ongepast is om te proberen een versleten bankstel dat je op de weg gevonden hebt door het glas van een bushokje te gooien. Nee, het gaat over de fatsoensnormen van apparaten en robots.
Laat ik je eens wat context geven. Ik kom vaak in de Universiteitsbibliotheek in de binnenstad van Utrecht. Het is een prachtig gebouw waar je lekker kunt werken en waar doorgaans een oase van rust is waar de Dalai Lama niet eens van zou durven dromen. Oké, dat is misschien ietwat buiten proporties, maar je begrijpt mijn punt: het is er lekker rustig.
En als ik werk, heb ik daar zo nu en dan graag een kopje koffie bij. Dat hoeft geen perfecte, Italiaanse espresso te zijn of een mochaccino of een frappuccino, of een capufrappuccino-swirly espresso (of wat voor flauwekul ze nog meer bij de Starbucks door je strot douwen, wat overigens voornamelijk melkproducten zijn met misschien één lullig gemalen cacaoboontje). Nee, gewoon een simpele bak zwarte koffie voldoet al.
Deze soberheid hou ik in stand door mijn koffie uit het automaat te halen. Ja mensen, ik heb geen schaamte, ik haal mijn koffie gewoon uit een automaat. Dat doe ik vaker, want op die manier vermijd ik lange wachtrijen of nét iets te dure en nét iets te slappe koffie. Maar dit specifieke apparaat is een uitzondering. Ik zal vertellen waarom.
Om te beginnen heeft het automaat een keuzemenu. Je selecteert wat je wil: een espresso, een dubbele espresso, een cappuccino of gewone koffie. Daarna kun je de sterkte bepalen en hoeveel suiker of melk je wil. So far so good.
Maar als je dat hebt bepaald, kom je bij het afrekenen. Hier zit mijn ergernis. ‘Pay’, staat er op het scherm. ‘Pay’? Gebiedende wijs? Geen ‘alstublieft’? We zijn toch allemaal opgevoed om met twee woorden te spreken? Wat voor een voorbeeld is dit voor een apparaat voor kleine kinderen? Het is alsof dat ding nog net niet zegt: ‘hier is je schrale kartonnen bekertje met je middelmatige koffie. Nou oprotten, vuile teringlijer.’
Als ik koffie heb gedronken in een café bij een normaal persoon en ik wil afrekenen, is het mij nog nooit voorgekomen dat die persoon enkel ‘betalen!’ naar me snauwt. Nee, dat is meestal iets in de richting van ‘was alles naar wens?’ en ‘hoe wilt u afrekenen? Pinnen of contant?’ Vriendelijkheid en hoffelijkheid is toch niet teveel gevraagd?
Ik vertelde dit verhaal tegen mijn vader. Hij sprak over het koffiezetapparaat op zijn werk. ‘Oh, bij mij staat er ‘geniet van uw drankje’ op het display,’ zei hij tegen me. ‘Geniet van uw drankje’? Dat is toch ontzettend netjes van zo’n ding? Dat apparaat vraagt nog net niet hoe het met de kinderen is, zo hoffelijk. Het zou de ideale schoonzoon zijn in koffieformaat. Ik dacht er eerst nooit zo over, maar met zulke manieren zou ik best kunnen begrijpen dat iemand een emotionele band met een apparaat kan opbouwen. Ondertussen ben ik opgescheept met een apparaat dat ‘betalen!’ naar me snauwt. Het leven is oneerlijk.
Na de betaling wordt mijn drankje bereid. Daarna komt er op het display ‘please take out your drink’ te staan. Hier wordt wel alsjeblieft gezegd, maar niet op een vriendelijke manier. Eerder op de zo’n manier van ‘kom op jongen, ik moet ook weer verder met mijn werk, opzouten nou’. En in het geval dat het toch misschien vriendelijk bedoeld was, heeft de tekst bij de betaling het al compleet verpest, want context is misschien wel belangrijker dan de tekst zelf.
Ik begrijp dat dit helemaal een eigen invulling is van hoe ik tegen de wereld aankijk, maar u moet het toch met me eens zijn dat als we naar een steeds digitalere, gemoderniseerdere samenleving gaan waarin robots en apparaten een grotere rol gaan spelen in ons dagelijks leven, we ze op zijn minst programmeren om een beetje respectvol met elkaar om te gaan. Alsjeblieft.